|
|
Aanklikbare items
Inhoud
1 Verklaring van overeenstemming
 | Wanneer deze slangenpomp wordt gebruikt als een op zichzelf staande pomp dan valt zij onder de Machinerichtlijn: 98/37/EEG EN60204-1, Laagspanningsrichtlijn: 73/23/EEG EN61010-1, EMC-richtlijn 89/336/EEG EN50081-1/EN50082-1. |
2 Verklaring van de fabrikant
Wanneer deze slangenpomp in een apparaat wordt gebouwd, of samen met andere apparatuurwordt geassembleerd in bepaalde installaties, dan dient zij niet in gebruik genomen te worden alvorens voor de betreffende apparatuur een verklaring is afgegeven dat zij in overeenstemming is met de Machinerichtlijn 98/37/EEG EN60204-1.
Verantwoordelijke: Christopher Gadsden, Managing Director, Watson-Marlow Limited, Falmouth, Cornwall TR11 4RU, Engeland. Telefoon +44 1326 370370 Fax +44 1326 376009.
3 Twee jaar garantie
Onder de hieronder genoemde voorwaarden garandeert Watson-Marlow bij storing binnen twee jaar na aflevering gratis reparatie of vervanging, inclusief arbeidskosten, van alle onderdelen van deze pomp.
Een dergelijke storing dient het gevolg te zijn van het gebruik van verkeerde materialen of bewerkingen door de fabrikant. Pompen die niet worden gebruikt in overeenstemming met de instructies zoals die in deze handleiding zijn aangegeven, zijn van garantie uitgesloten.
Voorwaarden en uitzonderingen m.b.t. bovengenoemde garantie:
- Verbruiksartikelen, zoals rollers, pompslangen en koolborstels zijn van garantie uitgesloten.
- Defecte pompen dienen met een zo volledig mogelijk ingevuld en ondertekend veiligheidsformulier franco huis aan Watson-Marlow te worden geretourneerd.
- Reparaties of aanpassingen mogen uitsluitend worden verricht door Watson-Marlow of onder haar directe verantwoordelijkheid.
- Pompen die verkeerd zijn gebruikt, verwaarloosd of die opzettelijk of per ongeluk zijn beschadigd, zijn van garantie uitgesloten.
Afwijkende garantiebepalingen dienen altijd schriftelijk met Watson-Marlow te zijn overeengekomen.
4 Informatie voor het retourneren van slangenpompen
Pompen die zijn vervuild of aangetast door bijvoorbeeld lichaamsvloeistoffen, giftige chemicaliën of enig andere substantie die schadelijk is voor de gezondheid moeten worden gereinigd voordat deze naar Watson-Marlow worden geretourneerd.
Achterin deze gebruiksaanwijzing is een blanco veiligheidsformulier opgenomen dat altijd volledig ingevuld en ondertekend met ter reparatie aangeboden pompen dient te worden meegezonden.
Deze veiligheidsverklaring is een vereiste, zelfs als de pomp niet is gebruikt. Als de pomp wel is gebruikt, moet(en) de vloeistof(fen) waarmee deze in contact is geweest met de relevante reinigingsprocedure op het formulier worden gespecificeerd, alsmede de verklaring dat de pomp afdoende is gereinigd.
5 Veiligheid
Uit het oogpunt van veiligheid dient de gebruiker bekend te zijn met deze apparatuur en de gebruiksvoorschriften.
Men wordt geacht bevoegd te zijn tot het ingebruiknemen en onderhouden van deze slangenpomp. Men dient tevens bekend te zijn met de algemene veiligheidsvoorschriften.
6 Aanbevolen gebruiksregels
Houd aanzuig- en persleiding zo kort mogelijk en gebruik zo weinig mogelijk bochten.
PLAATS de pomp boven het vloeistofniveau.
ZORG dat de maat van het leidingwerk tenminste gelijk is aan de doorlaat van de pomslang. Vergroot de binnendiameter als de te verpompen vloeistof een hoge viscositeit of een trage doorstroomsnelheid heeft om zodoende weestandsverliezen tot een minimum te beperken.
GEBRUIK rechte doorstroomingsafsluiters.
HOUD de slangbedding en de rollers goed schoon.
Omdat slangenpompen zelf als afsluiter fungeren, zijn er geen kleppen nodig. Eventueel aanwezige kleppen mogen geen stromingsweerstand in het pompcircuit veroorzaken.
Marprene en Bioprene pompslang heeft de eigenschap dat ze onder mechanische belasting enigszins strekt. Daarom moet deze pompslang na circa 30 minuten daaien opnieuw worden strakgetrokken in de pompkop om gebruikers de maximum levensduur bij optimale pompprestaties te kunnen garanderen. Open het deksel van de pompkop en houd de pompslang vast bij één van de slangopeningen. Trek daarna de pompslang stevig aan door de tweede slangopening en sluit het deksel van de pompkop.
De keuze van de pompslang De chemische bestendigheidslijst in de Watson-Marlow catalogus is slechts een leidraad. Bij twijfel over de chemische resistentie verstrekt Watson-Marlow op aanvraag een monsterkaartje met alle leverbare slangmaterialen voor het nemen van resistentieproeven.
7 Ingebruikname
De 624U aandrijving is alleen geschikt voor 1-fase aansluitspanning.
· Om een juiste smering van de tandwielkast te garanderen dient de pomp alleen in horizontale stand te worden gebruikt.
- Zet de keuzeschakelaar voor de aansluitspanning op 120V voor een netspanning van 100-120V 50-60Hz of op 240V voor een netspanning van 220-240V 50-60Hz.
- Verwijder het doorzichtige plaatje aan de achterzijde om bij de keuzeschakelaar voor de netspanning en het aansluitblokje te kunnen komen.
- Breng de netvoedingskabel door de doorvoertule naar de rechterzijde van de uitsparing en sluit de kabel aan op het aansluitblokje.
- Er zijn twee alternatieve aansluitingen. Een voor een vaste of flexibele installatiebuis van 20 mm en de tweede voor een 3-aderige 0,75 mm2 installatiekabel (via het meegeleverde schroefverloopstuk), zodat een netvoedingskabel gebruikt kan worden.
- Monteer het doorzichtige plaatje en de pakking weer stevig terug op hun plaats in de uitsparing.
- Gewapende kabeltrekontlasting GR 0018
- Sluitring GR 0019
- Kabeltrekontlasting SL0020
 | Als het transparante afdekplaatje niet opnieuw wordt aangebracht, voldoet de pomp niet meer aan de IP55 beschermingsnorm.
|
8 Uitsparing paneel achterzijde
De uitsparing in het paneel achterzijde van de pomp bevat het volgende:
- signaalbereikpotentiometer
- tachometerschakelaar
- zekeringhouder
- aansluitblokje
- spanningkeuzeschakelaar
- signaaloffsetpotentiometer
- LED-indicatorlampje signaaloverbelasting
9 Storingen opzoeken
Als de pomp niet werkt, controleer dan eerst de volgende punten om te bepalen of reparatie wel of niet nodig is:
- Staat de netspanningsschakelaar aan.
- Krijgt de pomp netspanning.
- Staat de keuzeschakelaar voor de netspanning in de juiste stand.
- Is de zekering voor de netspanning niet doorgebrand.
- Staat de pomp niet vast door onjuist bevestigde pompslang.
10 Manuele bediening
Zet de schakelaar Auto/Man/Max op Man.
- Opstarten draairichting Start de pomp door de Vooruit/Uit/Achteruit- schakelaar in de stand voor de gewenste draairichting te zetten.
- Aanzuigen Om de pompslang bij maximaal toerental aan te zuigen, dient de Auto/Manual/Max- schakelaar aan de voorzijde in de stand max te worden gezet.
- Toerentalregeling De schaal voor de regeling van het toerental is procentueel ingedeeld op basis van het maximum toerental. De draaiknop is voorzien van een vergrendeling om te voorkomen dat het toerental per ongeluk wordt gewijzigd.
- Stoppen De pomp wordt stilgezet door de Vooruit/Uit/Achteruit- schakelaar in de middelste stand te zetten. Om de draairichting te wijzigen, moet de Vooruit/Uit/Achteruit- schakelaar in de middelste uit-stand worden gezet tot de rotor van de pompkop tot stilstand komt; vervolgens dient de schakelaar in de stand voor de gewenste draairichting te worden gezet.
Indien de pomp van afstandsbediening op handbediening wordt overgeschakeld, is het niet nodig om het processignaal naar de pomp los te maken of de calibratiepotentiometers bij te stellen.
11 Bediening op afstand
- Zet de schakelaar Auto/Man/Max op Auto.
Voor automatische en afstandsbesturing wordt de aandrijving geleverd met een speciale 6-polige waterbestendige connector.
Watson-Marlow bestelnummer UP0035
 | Een correcte montage van de 6-polige connector is van belang voor handhaving van de IP55 spatwaterdichte norm. Zet nooit netspanning op de pennen van de 6-polige connector. Over pen 2 en 3 mag tot 30V gezet worden, maar niet over de andere pennen. Een verkeerd uitgevoerde aansluiting kan blijvende schade aan de pomp veroorzaken die niet door de gebruikelijke garantie wordt gedekt.
|
De 624U pomp is bestuurbaar door analoge processignalen tot maximaal 30 V of 32 mA. Bij een in sterkte oplopend stuursignaal gaat de pomp sneller draaien (niet geïnverteerd) of bij een in sterkte afnemend stuursignaal gaat de pomp langzamer draaien (geïnverteerd).
- Met de signaalcompensatie (off-set) wordt het minimum stuursignaal ingesteld om de rotor van de pomp te laten draaien.
- Met het signaalbereik (range) wordt het traject van het stuursignaal ingesteld waarbinnen de snelheid van de pomp van minimum naar maximum (of omgekeerd)) moet kunnen variëren.
Voorbeeld bij gebruik van een processignaal van 4 tot 20 mA:
Pomprespons | signaalcompensatie | signaalbereik |
niet-geïnverteerd | 4mA | 16mA |
geïnverteerd | 20mA | 16mA |
Voor besturing met een spanningssignaal kan, samen met een gelijkstroom voltmeter (max . 30 Vdc), een stabiele bron van gelijkspanning worden gebruikt. De polariteit is ingesteld voor een niet-geïnverteerde respons. Wissel de polariteit om voor een geïnverteerde respons.
Spanningssignaal
Spanningssignaal
Respons | Bereik V | Compensatie V | Pin 2 | Pin 3 |
niet-geïnverteerd | 5-30 | 0-30 | - | + |
geïnverteerd | 5-24 | 0-24 | + | - |
Voor besturing met een stroomsignaal kan, samen met een gelijkstroom milliampèremeter (max. 32 mA ) dezelfde gelijkspanningsbron worden gebruikt. De polariteit is ingesteld voor een niet-geïnverteerde respons. Wissel de polariteit om voor een geïnverteerde respons.
Stroomsignaal
Ingangsimpedantie 250 Ohm
Respons | Bereik mA | Compensatie mA | Pin 2 | Pin 3 |
niet-geïnverteerd | 12-30 | 0-30 | - | + |
geïnverteerd | 12-30 | 0-24 | + | - |
12 Calibratie bij automatische aansturing
Zorg dat de 6-polige din-plug correct bedraad is en steek de plug in het hiervoor bestemde chassisdeel aan de achterzijde van de pomp.
- Verwijder het doorzichtig plaatje.
- Draai de potentiometer voor de signaalcompensatie (op het achterpaneel als ‘Offset’ aangeduid) met de wijzers van de klok mee totdat de aanslag is bereikt, hetgeen hoorbaar is aan een klikje. Draai de potentiometer nu tien slagen tegen de wijzers van de klok in. Herhaal dit met de potentiometer voor het signaalbereik. Hiermee is de potentiometer correkt ingesteld voor de calibratie.
- Stel de processignaalcompensatie in.
- Draai de signaalcompensatiepotmeter (Offset) met de wijzers van de klok mee om het toerental van de pompkop op het gewenste minimum in te stellen.
- Stel het processignaal in op het hoogste bereik (niet hoger dan 30 V or 32 mA).
- Draai de signaalbereikpotentiometer (op het achterpaneel als ‘Range’ aangeduid) met de wijzers van de klok mee om het toerental van de pompkop op het gewenste maximum in te stellen.
- Herhaal deze procedure totdat de pomprespons exact met het processignaal overeenkomt.
- Als het processignaal hoger is ingesteld dan het aangegeven maximum zal de signaalgever de motor, om overbelasting te voorkomen, het maximum toerental handhaven. Dit wordt aangegeven door het knipperen van het LED-indicatorlampje. Als het ingangsignaal hoger is dan 30 V kan dit leiden tot blijvende beschadiging van de pomp die niet door de gebruikelijke garantie wordt gedekt.
 | Als het transparante afdekplaatje aan de achterzijde niet of niet goed wordt aangebracht, voldoet de pomp niet meer aan de IP55 beschermingsnorm.
|
13 Afstandsbediening
Stop/start
Sluit een afstandsschakelaar aan over pen 2 en 5 op de 6-polige dip-plug. Een gesloten contact stopt de pomp, een open contact doet deze lopen.
Toerental
Sluit volgens voorbeeld een afstandspotentiometer aan met een nominale waarde tussen 4.7 kOhm en 5 kOhm. Wanneer een potentiometer voor de externe besturing gebruikt wordt, mag niet tegelijk een ingaand spanning-/stroomsignaal worden toegepast. Het signaal voor de snelheidsregeling moet worden gecalibreerd ten opzichte van de minimum- en maximuminstellingen van de potentiometer. Gebruik hiervoor de signaalcompensatie- en singaalbereikpotentiometers zoals beschreven bij de calibratieprocedure.
Tachometer
Deze mogelijkheid dient om de snelheid van de motor of het totaal aantal omwentelingen van de motor te kunnen controleren. Kies 1) 0-5 V of 2) 5 V pulserend met behulp van de uitgangschakelaar van de tachometer.
14 Onderhoud
Het enige onderhoud dat de pomp nodig heeft, is het controleren van de koolborstels en deze te vervangen voordat ze zijn afgesleten tot minder dan 6 mm. De levensduur van de koolborstels hangt af van de intensiviteit van het pompgebruik, maar wordt geschat op minimaal 4.000 uur bij maximum draaisnelheid.
Wanneer de pomp moet worden gereinigd, dient hiervooor een mild schoonmaakmiddel in water te worden gebruikt nadat de pompkop is verwijderd. Gebruik geen agressieve oplosmiddelen.
Gebruik bij herassemblage van de tandwielkast alleen type GR132 vet (Bodine referentie LG23). Dit is een niet corrosief speciaal smeermiddel voor extreem hoge drukken. Het product is bovendien watervast en in hoge mate bestendig tegen de meeste andere vervuilende substanties.
15 Specificatie
Maximale draaisnelheid | 165 omw/min |
Voltage/Frequentie | 100-120/220-240V /1/ 50/60Hz |
Regelbereik | 50:1 |
Opgenomen vermogen | 250 VA |
Zekering | 5A type T |
Temperatuurbereik tijdens bedrijf | 5C - 40C |
Temperatuurbereik voor opslag | -40C - 70C |
Gewicht | 21kg |
Geluidsniveau | <70dB(A) op 1meter |
Normen | EN60529 (IP55) |
| Machinerichtlijn 98/37/EC EN60204-1 |
| Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG EN61010-1 |
| EMC-richtlijn 89/336/EEG EN50081-1/EN50082-1 |
Neem voor meer gedetailleerde gegevens over de aandrijving contact op met Watson-Marlow.
16 Onderdelen voor aandrijving
Referentie | Bestelnummer | Beschrijving |
1 | MRA0176A | Printerkaartbesturing |
2 | FA0002 | Netfilter |
3 | SW0060 | Tachoschakelaar |
4 | SW0086 | Voltageschakelaar |
5 | UP0035 | 6 polige plug |
6 | US0035 | 6 polige plug chassisdeel |
7 | FA0010 | Aardingsfilter |
8 | MR0669S | Afdekplaatje |
9 | MR0771S | Pakking |
10 | MRA0328A | Condensator 250V |
11 | MR0959H | Tachobescherming |
12 | MN0787M | Tachoschijf |
13 | MR0525S | Tachobeugel |
14 | MR0690S | Pakking |
15 | MG0600 | Motor/tandwielkast 165 tpm |
16 | BM0015 | Koolborstel |
17 | TM0020 | Aansluitblokje |
18 | MR0691S | Pakking |
19 | OS0042 | Oliekeerring |
20 | SW0146 | Auto/manual/max schakelaar |
21 | MR0769B | Potentiometer |
22 | MR0716S6 | Knop |
23 | MR0715M | Vergrendelknop |
24 | MD0925T | Vergrendelknop (gefreesd) |
25 | SW0141 | Schakelaar voor pomprichting |
26 | MRA0261A | Interlock/display pcb |
27 | MR2087H | Interlock kabel |
28 | MRA0268A | Interlock reed switch |
| OG0024 | Tandwielkast smeermiddel |
17 620RE, 620RE4 & 620R Belangrijke veiligheidsinformatie
  | Controleer alvorens het deksel van de pompkop te openen of de volgende veiligheidsaanwijzingen zijn opgevolgd.
|
- De pomp moet geïsoleerd zijn van de voedingsspanning.
- Er mag geen druk in het leidingsysteem heersen.
- Als er bij onverhoopte slangenbreuk mogelijk product in de pompkop is gekomen, moet dit weg kunnen lopen via een geschikte afvoerleiding.
- Zorg ervoor dat beschermende kleding en oogbescherming wordt gedragen tijdens het verpompen van gevaarlijke producten.
18 620RE, 620RE4 & 620R Beveiliging van de pompkop
- Alle pompen uit de 620-serie zijn primair beveiligd door een mechanisch vergrendelbaar pompdeksel. Bovendien zijn alle elektrische pompen uit deze serie, die in een omkasting zitten, tevens secundair beveiligd door een elektrische pompdekselvergrendeling. Hierdoor stopt de pomp als de pompkop wordt geopend (alleen gedurende de tijd dat het deksel open staat). De elektrische vergrendeling van het pompdeksel mag nooit worden gebruikt als primaire beveiliging. Voorafgaand aan het openen van het pompdeksel moet de stroomvoorziening altijd ontkoppeld worden.
- De pneumatische pompen uit de 620-serie in een omkasting zijn alleen primair beveiligd door een mechanisch vergrendelbaar pompdeksel. De direct gekoppelde pompen uit de 620-serie met industriële AC-motoren zijn alleen primair beveiligd door een mechanisch vergrendelbaar pompdeksel, echter een interfaceset voor een elektrische pompdekselvergrendeling is tegen meerprijs leverbaar.
19 620RE, 620RE4 & 620R Toepassingsvoorwaarden
Druk en viscositeit
- Alle drukwaarden in deze handleiding, waarvan gegevens m.b.t. prestatie en levensduur zijn vermeld, hebben betrekking op piekleidingdrukken.
- Hoewel deze pomp geschikt is voor een werkdruk tot 4 bar zal de druk bij leidingweerstanden boven de 4 bar oplopen. In situaties waar het uiterst belangrijk is dat een werkdruk van 4 bar niet wordt overschreden, moeten er overdrukventielen in het leidingsysteem worden geïnstalleerd.
- Voor het pompen tegen 2-4 bar druk kunnen uitsluitend direct gekoppelde pompen worden gebruikt met pompslang elementen van Marprene/Bioprene of STA-PURE die een hardheid hebben van 73 Shore A. De letter "M" in het bestelnummer voor de pompslang elementen geeft aan dat ze geschikt zijn voor gebruik bij hogere druk.
- Gebruik voor pomptoepassingen tegen 0-2 bar druk alleen pompslang elementen of standaard pompslang met een hardheid van 64 Shore A.
- Pompslang elementen van Marprene/Bioprene of STA-PURE met een hardheid van 73 Shore A zijn meer geschikt voor het verpompen van viskeuzere producten.
- Zorg dat er altijd minimaal één meter flexibele slang met een gladde binnenwand vóór de zuig- en de perszijde aan de pompkop wordt gebruikt. Hierdoor worden mogelijke weerstandsverliezen en pulsaties in het leidingsysteem tot een minimum beperkt. Dit is vooral belangrijk bij het verpompen van viskeuze vloeistoffen en het gebruik van een vast leidingwerk .
20 620RE, 620RE4 & 620R Installatie van de pomp
Een correct uitgevoerde installatie zal de langst mogelijke levensduur van de pompslang garanderen. Zorg er dus voor dat de volgende richtlijnen steeds in acht worden genomen:
- Vermijd scherpe bochten in de leidingen, leidingverloopstukken en lang leidingwerk met een kleinere diameter dan die van de pompslang in de pompkop, vooral in het leidingwerk aan de zuigzijde.
- Zorg ervoor dat aansluitleidingen en koppelingen sterk genoeg zijn om de voorspelde leidingdruk te kunnen weerstaan.
- Staat de pomp in de directe nabijheid van een vast leidingwerk opgesteld en moet deze hierop worden aangesloten, dan kan het uitwisselen van de pompslang worden vergemakkelijkt door dit leidingwerk te onderbreken met een flexibel tussenstuk, te voorzien van koppelingen.
- Zorg ervoor dat de aftapopening in de pompkop is afgeplugd als deze niet wordt gebruikt. Zie hieronder.
- Het wordt aanbevolen om alleen goedgekeurde afvoerleiding te gebruiken bij gevaarlijke, agressieve of schurende vloeistoffen of producten die kunnen uitharden wanneer ze met lucht in contact komen.
- Zorg voor voldoende ruimte onder de pompkop bij het aansluiten van een afvoerleiding met behulp van de meegeleverde koppelingsadapter. Afvoerleidingen moeten altijd naar een geschikte container of afvoerput lopen.
- De handleiding voor het installeren van de lekdetector is bij de optionele lekdetectorset ingesloten.
- Neem bij vragen over een bepaalde opstelling contact op met het regionaal of landelijk technisch Watson-Marlow steunpunt.
21 Algemene werking
Het openen van het deksel van de pompkop
- Ontgrendel het pompdeksel met een 5 mm inbussleutel of een schroevendraaier.
- Open het pompdeksel zo ver mogelijk. Hierdoor komt de maximale ruimte vrij tussen de uitsparingen voor de pompslang en het deksel om zodoende de pompslang goed te kunnen verwijderen.
Vergrendelen en ontgrendelen van de rollers
- Hieronder wordt de bewegingsruimte van de borgingspal voor het ontgrendelen van de rollers aangegeven. Probeer niet om de hefbomen verder te forceren dan hun nominale bewegingsruimte. De rotor kan hierdoor beschadigd raken.
- Klik om de rollers te vergrendelen de borgingspal van de roller naar links en controleer of de rollers geblokkeerd staan tegen de pompslang. Klik om de rollers te ontgrendelen de borgingspal naar rechts, naar de ontgrendelingspositie. Voor hogedrukslang elementen of pompkoppen met vier rollers kan de 5 mm inbussleutel worden gebruikt als hulpmiddel bij het vergrendelen van de rollers.
  | Voorkom dat vingers bekneld kunnen raken bij het ontgrendelen van de rollers met behulp van de ontgrendelingspallen.
|
Voordat de pompslang wordt gemonteerd
- Alvorens een pompslang te monteren, moet ervoor worden gezorgd dat alle rollers ongehinderd roteren, dat de uitsparingen voor de pompslang en de koppelingen schoon zijn en dat de eventuele aangebrachte afvoerleiding niet verstopt is.
Het deksel van de pompkop sluiten en de pomp opstarten
- Zorg ervoor dat de dekselpakking schoon is en vervang deze indien nodig.
- Controleer of de rollers zijn vergrendeld en geblokkeerd staan tegen de pompslang.
- Sluit het deksel en duw het tegen het pomphuis totdat vergrendeling plaatsvindt.
- Sluit geschikt leidingwerk aan met de juiste aansluitingen voor het pompslang element in de pompkop.
Het monteren van de slangklemmen voor de standaard pompslang in pompkop type 620R
- Selecteer de correcte slangklemmenset voor de benodigde diameter pompslang.
- Plaats de twee "U"-vormige helften van de slangklem in de hiervoor bestemde uitsparingen in de pompkop (De "U"-vormt zorgt voor een juiste positionering).
- Zet de corresponderende slangklemmen voor het pompdeksel, die een verdikt "T"-borgprofiel hebben, in de uitsparingen boven en onder het scharnier dat zich in de binnenkant van het pompdeksel bevindt. Duw en schuif de slangklemmen daarna tot ze goed geborgd zijn.
- Door het sluiten van het pompdeksel sluiten tevens de twee helften van de slangklemmen rond de pompslang.
22 620RE & 620RE4 Monteren van het pompslang element
- Het type pompkop 620RE en 620RE4 is fabrieksmatig afgesteld voor het gebruik van Watson-Marlow LoadSure pompslang elementen. De werking van de pomp wordt nadelig beïnvloed wanneer er geen LoadSure pompslang elementen worden gebruikt.
- Ontgrendel de rollers.
- Plaats één van de "D"-vormige flenzen in de onderste opening van de pompkop. (De "D"-flens garandeert een correcte montage van het pompslang element).
- Leg het pompslang element rond de ontgrendelde rollers van de rotor.
- Plaats de tweede "D"-vormige flens in de bovenste opening van de pompkop.
- Zorg ervoor dat het vlakke oppervlak van beide "D"-flenzen gelijk zit met het aanzicht van de flenspakking in de pompkop.
- Vergrendel de rollers.
Monteren van het pompslang element
23 620RE, 620RE4 & 620R Monteren van standaard pompslang
- De 620R pompkop is fabrieksmatig afgesteld op de standaard Watson-Marlow pompslangen met een wanddikte van 3,2 mm. Het niet toepassen van originele Watson-Marlow pompslang kan werking en levensduur van de pomp nadelig beïnvloeden.
- Selecteer de juiste slangklemmenset voor de te gebruiken diameter pompslang.
- Ontgrendel de rollers.
- Plaats de ene kant van de pompslang in de "U"-klem in de onderste opening van de pompkop en houd hem stevig op zijn plaats.
- Leg de pompslang strak rond de ontgrendelde rollers en let op dat er geen draaiingen in de pompslang zitten.
- Plaats de andere kant van de pompslang in de "U"-klem in de bovenste opening van de pompkop.
- Houd beide uiteinden van de pompslang in één hand en zorg ervoor dat de pompslang strak blijft aangetrokken rond de ontgrendelde rollers.
- Vergrendel de rollers met de andere hand.
- Sluit het deksel en duw het tegen de slangbedding totdat vergrendeling plaatsvindt.
- Zorg er bij gebruik van standaard pompslang voor dat deze niet te losjes in de slangklemmen zit.
- Let erop dat alle rollers weer zijn vergrendeld als de pomp opnieuw wordt gestart. Een niet vergrendelde roller blijft voortdurend "klikken". Hierdoor zal echter geen schade ontstaan maar de roller moet dan alsnog handmatig worden vergrendeld met behulp van een 5 mm inbussleutel. Raadpleeg het deel: "Maatregelen om de storingen te verhelpen".
Monteren van standaard pompslang
24 620RE, 620RE4 & 620R Verwijdering van pompslang elementen of standaard pompslang
- Open het deksel van de pompkop en ontgrendel de rollers.
- Maak de pompslang los van eventueel externe leidingen.
- Verwijder de pompslang uit de pompkop.
25 620RE, 620RE4 & 620R Onderhoud
Onderhoud volgens schema
- De roestvrijstalen hoofdrollers hebben afgedichte lagers en behoeven niet gesmeerd te worden.
- Verwijder de rotor en vet alleen de volgrollers en het rollervergrendelingsmechanisme in met een smeermiddel op molybdeenbasis. Dit dient elk halfjaar gedaan te worden bij niet-continu gebruik en elk kwartaal bij 24-uurs gebruik.
- Spoel gemorste vloeistoffen in de pompkop zo snel mogelijk uit met water en een mild schoonmaak-middel. Wanneer er specifieke reinigingsmiddelen noodzakelijk zijn om het gemorste materiaal te verwijderen, raadpleeg dan een technisch Watson-Marlow steunpunt voor het juiste advies alvorens aan het werk te gaan.
- Wanneer de rotor verwijderd moet worden, raadpleeg dan de onderstaande richtlijnen.
Instellen van de rollers
Als de pomp langdurig onder zware omstandigheden draait, is het is mogelijk de afstand tussen de rollers en het pomphuis opnieuw in te stellen, zodat u een zekere compensatie voor slijtage kan doorvoeren.
De afstand tussen de rollers en het pomphuis kan alleen nauwkeurig worden gemeten, als er geen pompslang in de pompkop zit. Deze afstand moet ingesteld worden op 4,6 mm als u werkt met 3,2 mm pompslang en op 5,5 mm als u werkt met LoadSure elementen.
Indien de afstand meer dan 0,2 mm afwijkt van de genoemde afstanden, kan de volgende aanpassing worden verricht:
- Noteer het nummer op de roller arm dat correspondeert met de gravure op de rollerarm.
- Verwijder de rvs borgring en de rollerpin.
- Plaats de rollerpin weer terug op een lager getal op de rollerarm. Als het corresponderende nummer bijvoorbeeld -1 was, plaatst u de rollerpin dus weer terug op -2. Hiermee wordt de afstand tussen de roller en het pomphuis kleiner.
- Controleer of de rollerpin correct geplaatst is in de sluitring en vervang de borgring.
Demonteren en monteren van de rotor
- Verwijder het kunststof afdekplaatje van de rotor en schroef de rotor los met behulp van een 5 mm inbussleutel. Trek de rotor van de as, verwijder de plastic spie en maak de rotor grondig schoon. Gebruik geen gereedschap om de rotor aan de achterkant van weg te drukken uit de pompkop. De rotor komt met handkracht vrij.
- Om de rotor terug te plaatsen, moet eerst de spie weer in de spiebaan van de aandrijfas worden gezet, waarna de as en de spie met een dun laagje molybdeen-smeermiddel moet worden ingesmeerd. Breng de spiebaan in de rotor in lijn met de spie op de aandrijfas en druk de rotor op zijn plaats. Zorg ervoor dat een positieve "stop" wordt bereikt en dat de aandrijfas over z’n gehele lengte in de rotor wordt gemonteerd.
- Forceer de zaak niet om de rotor op zijn plaats te krijgen. Wanneer de rotor correct is uitgelijnd, zal deze zonder problemen op zijn plaats schuiven.
- Draai de zeskantige borgschroef vast tot een nominaal koppel van 10Nm met behulp van een 5 mm inbussleutel.
- De rotorborging waarop Loctite 218 is gedaan, mag maximaal drie keer worden verplaatst. Daarna dient u met Loctite 222 verder te gaan. Dit is kritisch om zeker te zijn van een veilige plaatsing van de rotor op de aandrijfas. Als deze actie niet wordt gedaan, zijn de garantiecondities niet meer op de pompkop van toepassing.
- Plaats het kunsstof afdekplaatje in de uitsparing van de rotor terug.
Controleer bij het sluiten van het deksel van de pompkop of het geen contact maakt met de rotor. Wanneer dit het geval is, is de rotor verkeerd gemonteerd. Open het deksel opnieuw, verwijder de rotor en zet deze op de juiste manier terug. Sluit daarna het deksel weer.
Demonteren van de pompkop (aandrijvingen in omkasting)
- Verwijder de rotor.
- Als er een afvoerleiding is gemonteerd, moet deze worden losgemaakt.
- Draai de twee [SHOULD BE FOUR] bevestigingsschroeven van de pompkop los met behulp van een schroevendraaier.
- Trek de pompkop van de voorzijde vandaan, zodat de aansluitkabel van de dekselbeveiliging zichtbaar wordt. Onderbreek deze aansluiting door de kabelplug handmatig uit de pompkop te verwijderen.
- Verwijder de pompkop nu volledig van de aandrijving.
Monteren van de pompkop (aandrijvingen in omkasting)
- Zorg ervoor dat de pompkop schoon is en dat de vul- en centreerring over de borst van de tandwielkast juist is gepositioneerd.
- Breng de pompkop tegen de voorzijde van de aandrijving en sluit de kabelplug van de dekselbeveiliging opnieuw aan.
- Plaats de pompkop over de borst van de tandwielkast.
- Breng de pompkop nu in horizontale positie zodat de schroefopeningen in lijn komen met de getapte schroefgaten in de voorzijde van de aandrijving. Draai de twee bevestigingsschroeven vast met een schroevendraaier.
- Monteer daarna, indien nodig, de afvoerleiding weer.
26 620RE, 620RE4 & 620R CIP & SIP (clean-in-place & steam-in-place)
Algemeen
- Open het deksel van de pompkop en ontgrendel de rollers zodat er een open leiding ontstaat.
- Sluit het deksel en duw het tegen de pompkop totdat vergrendeling plaatsvindt.
- Houd een veiligheidsruimte van 1 meter rond de pomp vrij.
CIP (clean-in-place)
- LoadSure pompslang elementen en standaard pompslang kunnen worden gereinigd door middel van CIP-processen.
- Zorg ervoor dat het pompslangmateriaal chemisch compatibel is met het te gebruiken reinigingsmiddel.
- Wanneer reinigingsmiddelen over de pompkop worden gemorst, spoel ze dan onmiddellijk weg.
- Zorg voor een goedgekeurde afvoerleiding om een veilige afvoer van reinigingsmiddel uit de pompkop te garanderen, mocht de pompslang onverhoopt breken.
SIP (steam-in-place)
- Alleen STA-PURE pompslang elementen zijn geschikt voor een steam-in-place sterilisatieproces.
- De aanbevolen SIP-cyclus is 15 minuten.
Bioprene en Marprene pompslang elementen met een hardheid van 73 shore A (in het bestelnummer aangegeven met "H") kunnen SIP-gesteriliseerd worden volgens 3A Klasse 2 normen, hetgeen 121C 1 bar verzadigde stoom betekent. De aanbevolen cyclustijd is 15 minuten. STA-PURE pompslangelementen kunnen worden gesteriliseerd volgens 3A Klasse 2 en de minimum aanbevolen FDA-normen, hetgeen 121C bij 1 bar verzadigde stoom betekent gedurende 20 minuten.
- Controleer het proces voortdurend.
- Bij onverhoopte slangbreuk moet het proces worden stopgezet. De pompkop mag pas weer na een afkoelingsperiode van 20 minuten worden aangeraakt.
- Zorg voor een acclimatiseringstijd van 20 minuten alvorens de pomp na het SIP-proces weer in te zetten.
- Zorg voor een goedgekeurde afvoerleiding om een veilige afvoer van reinigingsmiddel uit de pompkop te garanderen, mocht de pompslang onverhoopt breken.
- Zorg tijdens SIP-proces voor een veiligheidszone van 1 meter rond de pompkop.
  | Let erop dat het deksel van de pompkop gesloten en vergrendeld is alvorens met de SIP-reiniging wordt begonnen.
|
27 Onderdelenlijst 620R pompkop
Positie | Bestelnummer | Beschrijving |
1 | 069.4101.000 | Slangklemmenset |
2 | MR2052C | Snelsluiting |
2 | MR2053B | Clip: borg |
| 2 | MR2054T | Ring |
| 2 | SG0021 | Veer |
| 2 | CX0150 | Borgring |
3 | MRA0251A | Pomphuis (voor standaard
pompslang) - inclusief deksel
|
| 3 | MRA0297A | Pomphuis (voor elementen) -
inclusief deksel
|
| 3 | MR2000C | Pomphuis |
4 | MRA0249A | Roller assembly voor elementen |
| 4 | MRA0250A | Roller assembly voor standaard
pompslang
|
5 | MR2027T | Getapte fitting |
6 | MR2028M | Plug |
7 | MR2018T | Scharnierpin |
8 | MR2055M | Afdekplaat |
| 9 | MR2021B | Afdichtring deksel |
10 | MR2002M | Deksel zonder afdichtring en slot |
11 | MR2015T | As volgroller |
12 | CX0148 | Borgring rollerassembly
E-type diameter 6
|
12 | MR2014T | rvs rolleras |
12 | MR2010T | Drukring |
13 | MR2096T | Sluitring getapte fitting |
14 | MRA0320A | Rotor assembly 2-roller element |
| 14 | MRA0321A | Rotor assembly 4-roller element |
| 14 | MRA0322A | Rotor assembly 2-roller voor continuslang |
| 15 | MR2058B | Pakkingring - deursluiting |
| 16 | XX0220 | Spie - metaal |
17 | MR2029T | Afstandbus as 624-pomp en rotor |
18 | MR2059T | Adapter - Bodine
(witte polypropyleen ring) |
19 | FN0488 | Schroef voor bevestiging op 624-pomp M6x10 Moer
|
20 | FN0523 | Schroef voor bevestiging op 621-pomp M6x20 Moer
|
21 | FN0581 | Rotor sluitring M6 |
| 22 | FN0520 | Rotor sluitmoer M6 x 25 |
23 | TT0006 | 5mm Inbusbout |
| 24 | MA0017 | Magneet magneetbeveiliging |
| CN0187 | Plug 10.72M |
| MRA0268A | 623/624-schakelassembly |
| MRA0279A | 621 schakelassembly |
28 Technische gegevens
Grafiek van de 620R, 620RE en 620RE4 rotor
Flowbereiken
Slangno | Slangdoorlaat | omw/min | Druk (+) | Onderdruk (-) |

| 
| 
| 
| 
|
Let op: De genoemde capaciteiten zijn afgerond, en zijn tot ±5% nauwkeurig rekening houdend met de normale slangtoleranties. Ze zijn daarom slechts een richtlijn. De echte capaciteit in een bepaalde applicatie dient empirisch te worden vastgesteld.
620R
| Marprene, Bioprene Flowbereiken |
 | mm | 6.4 | 9.6 | 12.7 | 15.9 |
inch | 1/4 | 3/8 | 1/2 | 5/8 |
 | # | 26 | 73 | 82 | 184 |
 | 3-165 (l/min) | 0.04
- 2.1 | 0.08 - 4.1 | 0.12 - 6.6 | 0.16
- 8.6 |
3-165 (USGPM) | 0.01 - 0.6 | 0.02
- 1.1 | 0.03 - 1.7 | 0.04 - 2.3 |
| Silicone Flowbereiken |
 | mm | 6.4 | 9.6 | 12.7 | 15.9 |
inch | 1/4 | 3/8 | 1/2 | 5/8 |
 | # | 26 | 73 | 82 | 184 |
 | 3-165 (l/min) | 0.04
- 2.0 | 0.08 - 4.5 | 0.13 - 6.9 | 0.16
- 11 |
3-165 (USGPM) | 0.01 - 0.5 | 0.02
- 1.2 | 0.03 - 1.8 | 0.04 - 3.0 |
| Neoprene, STA-PURE Flowbereiken |
 | mm | 6.4 | 9.6 | 12.7 | 15.9 |
inch | 1/4 | 3/8 | 1/2 | 5/8 |
 | # | 26 | 73 | 82 | 184 |
 | 3-165 (l/min) | 0.04
- 2.0 | 0.08 - 4.1 | 0.12 - 6.6 | 0.18
- 10 |
3-165 (USGPM) | 0.01 - 0.5 | 0.02
- 1.1 | 0.03 - 1.7 | 0.05 - 2.7 |
620RE
| Marprene TM, Bioprene TM Flowbereiken |
 | mm | 12 | 17 |
 |
| LoadSure | LoadSure |
 | 3-165 (l/min) | 0.11
- 6.1 | 0.18 - 9.7 |
3-165 (USGPM) | 0.03 - 1.6 | 0.05
- 2.6 |
| Marprene TL, Bioprene TL Flowbereiken |
 | mm | 12 | 17 |
 |
| LoadSure | LoadSure |
 | 3-165 (l/min) | 0.11
- 6.1 | 0.20 - 11 |
3-165 (USGPM) | 0.03 - 1.6 | 0.05
- 2.9 |
| Silicone Flowbereiken |
 | mm | 12 | 17 |
 |
| LoadSure | LoadSure |
 | 3-165 (l/min) | 0.12
- 6.4 | 0.18 - 10 |
3-165 (USGPM) | 0.03 - 1.7 | 0.05
- 2.7 |
| Neoprene, STA-PURE Flowbereiken |
 | mm | 12 | 17 |
 |
| LoadSure | LoadSure |
 | 3-165 (l/min) | 0.12
- 6.6 | 0.22 - 12 |
3-165 (USGPM) | 0.03 - 1.7 | 0.06
- 3.1 |
620RE4
| Marprene TM, Bioprene TM Flowbereiken |
 | mm | 12 | 17 |
 |
| LoadSure | LoadSure |
 | 3-165 (l/min) | 0.09
- 5.2 | 0.12 - 6.8 |
3-165 (USGPM) | 0.02 - 1.4 | 0.03
- 1.8 |
| Marprene TL, Bioprene TL Flowbereiken |
 | mm | 12 | 17 |
 |
| LoadSure | LoadSure |
 | 3-165 (l/min) | 0.09
- 5.2 | 0.14 - 7.8 |
3-165 (USGPM) | 0.02 - 1.4 | 0.04
- 2.1 |
| Silicone Flowbereiken |
 | mm | 12 | 17 |
 |
| LoadSure | LoadSure |
 | 3-165 (l/min) | 0.10
- 5.4 | 0.13 - 7.0 |
3-165 (USGPM) | 0.03 - 1.4 | 0.03
- 1.9 |
| Neoprene, STA-PURE Flowbereiken |
 | mm | 12 | 17 |
 |
| LoadSure | LoadSure |
 | 3-165 (l/min) | 0.10
- 5.6 | 0.15 - 8.3 |
3-165 (USGPM) | 0.03 - 1.5 | 0.04
- 2.2 |
29 Afmetingen: mm
30 620R Bestelnummers
 |  |  |
|
| mm | inch | # | Marprene | Bioprene | Peroxide silicone | Platinum silicone |
6.4 | 1/4 | 26 | 902.0064.032 | 903.0064.032 | 910.0064.032 | 913.0064.032 |
9.6 | 3/8 | 73 | 902.0096.032 | 903.0096.032 | 910.0096.032 | 913.0096.032 |
12.7 | 1/2 | 82 | 902.0127.032 | 903.0127.032 | 910.0127.032 | 913.0127.032 |
15.9 | 5/8 | 184 | 902.0159.032 | 903.0159.032 | 910.0159.032 | 913.0159.032 |
 |  |  |
|
| mm | inch | # | STA-PURE | Neoprene | Butyl | Tygon |
6.4 | 1/4 | 26 | 960.0064.032 | 920.0064.032 | 930.0064.032 | 950.0064.032 |
9.6 | 3/8 | 73 | 960.0096.032 | 920.0096.032 | 930.0096.032 | 950.0096.032 |
12.7 | 1/2 | 82 | 960.0127.032 | 920.0127.032 | 930.0127.032 | 950.0127.032 |
15.9 | 5/8 | 184 | 960.0159.032 | 920.0159.032 | 930.0159.032 | 950.0159.032 |
 |  |  |
|
| mm | inch | # | Fluorel | Gore fluoroelastomer /PTFE |
|
|
6.4 | 1/4 | 26 | 970.0064.032 | 965.0064.032 |
|
|
9.6 | 3/8 | 73 | 970.0096.032 | 965.0096.032 |
|
|
12.7 | 1/2 | 82 | 970.0127.032 | 965.0127.032 |
|
|
15.9 | 5/8 | 184 | 970.0159.032 | 965.0159.032 |
|
|
31 620RE & 620RE4 LoadSure Bestelnummers
 |
12mm DIN 15 |
12mm Tri-clamp 3/4in |
17mm DIN 15 |
17mm Tri-clamp 3/4in |
STA-PURE | 960.0120.PFD | 960.0120.PFT | 960.0170.PFD | 960.0170.PFT |
Gore fluoroelastomer /PTFE | 965.0120.PFD | 965.0120.PFT | 965.0170.PFD | 965.0170.PFT |
Bioprene TM | 903.M120.PFD | 903.M120.PFT | 903.M170.PFD | 903.M170.PFT |
Bioprene | 903.0120.PFD | 903.0120.PFT | 903.0170.PFD | 903.0170.PFT |
Platinum silicone | 913.0120.PFD | 913.0120.PFT | 913.0170.PFD | 913.0170.PFT |
 |
12mm Cam and Groove 3/4in |
17mm Cam and Groove 3/4in |
|
|
Marprene TM | 902.M120.PPC | 902.M170.PPC |
|
|
Marprene | 902.0120.PPC | 902.0170.PPC |
|
|
Peroxide silicone | 910.0120.PPC | 910.0170.PPC |
|
|
Neoprene | 920.0120.PPC | 920.0170.PPC |
|
|
32 Handelsmerken
Watson-Marlow, Loadsure, Bioprene en Marprene zijn gedeponeerde handelsmerken van Watson-Marlow Limited.
TYGON Tygon is een handelsmerk van de Saint Gobain Performance Plastics Company.
STA-PURE is een handelsmerk van de W L Gore & Associates.
Watson-Marlow Limited is niet aansprakelijk voor eventuele fouten in de tekst en behoudt zich het recht voor om specifikaties zonder kennisgeving vooraf te wijzigen.
33 Patient gerelateerde toepassingen; waarschuwing
Waarschuwing, Deze produkten zijn niet bedoeld voor gebruik in, en behoren niet te worden gebruikt voor, patient gerelateerde toepassingen.
|
|